Dromen zijn belangrijk voor de ontwikkeling van een kind.

 

Dromen helpen een kind om alle indrukken die het op een dag opdoet te verwerken. 

Een kind droomt niet de hele nacht door, maar in de fases. Als we slapen wisselen verschillende fases elkaar af: die van diep slapen de non-REM-fase en die van lichter slapen: de REM-fase. (REM staat voor Rapid Eye Movement, snelle oogbewegingen.) 
Tijdens de lichtere REM-slaap dromen we. Wie in deze fase wakker wordt, kan zich zijn droom meestal nog herinneren. Naarmate de nacht vordert, is de periode van diep slapen korter en de remfase langer. s Ochtends dromen we dus het meest. Kinderen hebben meer REM-slaap dan ouderen, omdat ze meer nieuwe indrukken opdoen en dus meer te verwerken hebben. Een kind bevindt zich s nachts zeker een keer of vijf in dromenland. Vanaf de kleuterleeftijd kunnen ze hun dromen vaak goed na vertellen.

Nachtmerries 

In dromen verwerkt het kind de indrukken die het overdag heeft opgedaan. Dromen kunnen hierdoor signalen geven over het gevoelsleven van het kind. 

In dromen kunnen dus ook de angsten of frustraties van een kind naar buiten komen. Er is dan sprake van nachtmerries. 

Zo af en toe een nachtmerrie is geen reden tot zorgen. Ieder kind heeft wel eens tegenslagen of angsten, dit hoort ook bij de ontwikkeling.

Ook al hoeft een nachtmerrie niet meteen te betekenen dat er iets aan de hand is, een kind kan wel last van de nachtmerries hebben en dan is het goed het kind hulp te bieden.

Er kunnen een aantal zaken ten grondslag liggen aan een nachtmerrie. 

Zo kan een erg drukke dag voor nachtmerries zorgen, net als vermoeidheid en te weinig slaap. 
Maar ook koorts, ziekte, te veel/ te laat eten of het gebruik van medicijnen kan een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van nachtmerries. 
Ook kunnen nachtmerries voortkomen uit het slapen op de rug of slapen in een te warme kamer of bed. 
Daarnaast kunnen emotionele problemen zorgen voor nachtmerries. 
In de nachtmerrie wordt een nare gebeurtenis dan verwerkt.

Een kind met nachtmerries kan geholpen worden door samen met het kind dingen te bedenken waardoor de dromen weg blijven. 

Bijvoorbeeld 's avonds voor het slapen gaan samen alle boze dromen wegblazen of een dromenvanger ophangen waar alle nare dromen in blijven hangen. 
Kinderen hebben vaak ook veel steun van een knuffelbeer om te beschermen tegen de nare dromen. Het mooiste is wanneer het kind zelf iets verzint om zich te beschermen tegen de dromen, omdat het kind er juist dan in zal geloven. Zo ken ik een kind die op een rommelmarkt allerlei ridders wilde kopen om op de vensterbank te zetten. Die zette ze daar neer omdat de ridders haar wilden helpen tegen de enge dromen, dat had ze zelf bedacht en daardoor werkte het. Wanneer je namelijk door gebruik te maken van de eigen fantasie van het kind kan de angst weggenomen worden die voortkomt uit de eigen fantasie van het kind.

Een andere mogelijkheid is het kind helpen om de droom een andere wending te geven. 

Door te praten over de droom kan een ander einde verzonnen worden of kan een idee aangereikt worden hoe de droom anders te laten verlopen (b.v. een toverzwaard om de enge draak mee te verslaan).
Door overdag te praten over de dromen kan vaak ook de onderliggende angst of frustratie ontdekt worden, zodat deze aangepakt kan worden. 

Maar nachtmerries kunnen ook gewoon ontstaan uit de fantasie van het kind, zonder dat er een diepere betekenis is. Bij het praten over dromen is het belangrijk vooral het kind te laten praten en geen dingen te gaan invullen voor het kind (die hond was zeker wel eng, terwijl de hond juist de steun voor het kind was in de droom). Het kind zal zich hierdoor niet begrepen voelen. Het kind is het meest geholpen bij een gesprek waarbij de ouder open vragen stelt en het gevoel van het kind helpt benoemen.

Zeggen dat het maar een droom was helpt een kind ook niet, omdat het voor het kind wel echt was en jonge kinderen ook nog moeilijk onderscheidt kunnen maken tussen fantasie en werkelijkheid.

Wanneer je een kind na een nachtmerrie in het ouderlijk bed neemt, is dat een heel begrijpelijke reactie. Alleen moet je je als ouder wel realiseren dat het kind dan vaak daarna niet meer naar het eigen bed durft. Onbewust geef je je kind namelijk de boodschap bij ons ben je veiliger dan in je eigen bed. En zo kunnen slaapproblemen ontstaan.

Naarmate het kind ouder wordt, neemt de realiteitszin toe. 

Het kind begint dan meer logisch te redeneren. Het gevolg daarvan is dat het ook een onderscheid kan gaan  maken tussen dromen en werkelijkheid. Nachtmerries komen minder voor. Waarschijnlijk hebben deze kinderen nog wel nachtmerries, maar lukt het hen steeds beter om dit zelf op te lossen. 
Kleine kinderen huilen of roepen bij een nachtmerrie, oudere kleuters van 5-6 jaar gaan vaak zelf naar hun ouders toe als ze wakker worden bij een nachtmerrie. Rond de leeftijd van 6 jaar is er een piek in het aantal nachtmerries. Vermoedelijk heeft dit te maken met wat het kind overdag heeft meegemaakt en met eventuele angsten of conflicten die nog blijven doorspelen tijdens de slaap.

 

Moet je je zorgen maken als je kind vaak nachtmerries heeft? 

Als je kind zo af en toe een nachtmerrie heeft, is dat geen reden tot zorgen. Ieder kind heeft wel eens tegenslagen of angsten - dat hoort bij de ontwikkeling. Maar als je kind vaak heftige nachtmerries heeft, is er ongetwijfeld iets vervelends wat hem dwarszit. Dromen geven namelijk aan waar je kind in zijn gevoelsleven druk mee bezig is. Zoeken naar de onderliggende reden van de nachtmerries doe je door te praten met je kind en na te gaan of er iets is voorgevallen. Kijk ook of zijn gedrag overdag veranderd is. Komen jullie er samen niet uit en blijf je je zorgen maken? Vraag dan eens advies aan een de leerkracht van je kind, een opvoedkundig steunpunt, de opvoedtelefoon, bureau jeugdzorg of een vrijgevestigd psycholoog/ pedagoog.

 

Spookjes in de kamer

Er zijn diverse jonge kinderen die spreken over spookjes of geesten (al noemen ze die vaak niet zo) die ze vooral 's nachts waarnemen. Vaak zijn het onbekenden, maar soms ook geesten van overledenen die ze hebben gekend. Sommige geesten proberen hen bang te maken of doen gek terwijl anderen gewoon door de kamer lopen. Na de kleuterleeftijd hoor je er nog weinig kinderen hierover. Dit kan zijn doordat er geen waarnemingen meer zijn of omdat ze geleerd hebben dat volwassenen het niet geloven.

De waarneming leidt vaak tot angstaanvallen, nachtelijke huilbuien en nachtmerries. Deze kinderen zijn dan ook bang om alleen te slapen of willen niet alleen in hun kamer zijn. Sommige kinderen hebben zowel overdag als 's nachts  plasongelukjes terwijl ze normaal wel zindelijk zijn.

Hoe kan je je kind hiermee helpen?

Het maakt niet uit wat je eigen overtuiging is rondom geesten. Belangrijk is dat je je kind de kans te geeft zich te uiten. Je kan het zelf belachelijk vinden of juist bang zijn, maar je kind heeft op het moment wanneer het spreekt over waarnemingen een begrijpende ouder nodig. 
Laat je kind vertellen over wat het waarneemt op het moment dat het erover begint. Luister aandachtig zonder te oordelen. Laat het kind merken dat je het serieus neemt.
Wanneer je kind is uitgepraat en de bij behorende emoties heeft kunnen uiten, kun je vertellen wat je zelf gelooft dat er aan de hand is. Als je gelooft dat het een echte waarneming is, kan je je kind dit vertellen. Als je echter gelooft dat het niet echt is, kan je dit ook aan je kind vertellen. Dit stelt je kind gerust.

Mocht het zo zijn dat je gelooft dat het een echte waarneming is, dan kun je samen met je kind er iets aan doen waardoor je kind het gevoel krijgt dat het invloed uit kan oefenen. Vraag samen met je kind of de geest/het spookje zelf een vriendje of vriendinnetje wil zoeken op een zonnige plek met mooie regenbogen, maar dat het niet meer naar je kind moet komen omdat die het niet leuk vindt en graag wil gaan slapen. Maak samen met je kind nog wat mooie, vrolijke, dingen als regenbogen, vuurwerk, zonnetjes en laat het dan weer lekker gaan slapen. Vaak zal het kind daarna de geest of het spookje niet meer of in ieder geval minder waarnemen.

Handleiding in de vorm van het prentenboek "Hoe tover ik een spookje van mijn kamer?"

Speciaal voor kinderen die last hebben van spookjes op hun kamer heb ik een prentenboekje gemaakt. Het prentenboekje heet "Hoe tover ik een spookje van mijn kamer?" 
Dit boekje is te koop bij bol.com. 

 
Wat kan ik hier vinden?
Ontwikkeling
Wat leert mijn kind?
Tips 
Thema's
Nieuw 
Contact 
Meer info?
Site map
Nieuwsbrief